Mineralenwereld wil zo laagdrempelig mogelijk zijn voor iedereen die geïnteresseerd is in mineralogie (en geologie), vandaar dat we een verklarende woordenlijst hebben toegevoegd aan deze website. Je vindt hier allerlei woorden die met mineralogie en geologie te maken hebben. Soms vind je woorden terug op de website, soms ook niet en is het vooral handig om te weten als je je wil verdiepen in de wereld der mineralen.

Andesiet: Het is een felsisch en mafisch stollingsgesteente dat tussen de 52% en 63% silica bevat.
Basalt: Het is een mafisch vulkanisch stollingsgesteente dat gevormd wordt door lava.
Cryptokristallijn: Microscopisch kleine kristalgroei die massief lijkt.
Deutsche Edelsteinstraße: Een 70 kilometer lange themawandelroute over de mineralen in de omgeving Idar-Oberstein en de Nahe.
Dioriet: Het is een mafisch stollingsgesteente dat tussen de 52% en 63% silica bevat.
Dubbelbreking: Als licht wat in een kristal schijnt, in tweeën breekt.
Dubbeleinder: Dubbeleinder kristallen hebben natuurlijk gevormde puntvormige uiteinden aan beide kanten. Het lijkt alsof ze twee kanten zijn opgegroeid. (Te zien op afbeelding)
Fantoom (kristal): Een fantoomkristal heeft een belijning van een ander kristal in zich als een soort schaduw.
FOV: Afkorting van 'Field Of View', oftewel de breedteafmeting van de foto in millimeters.
Graniet: Het is een felsisch stollingsgesteente dat boven de 68% silica bevat.
Granodioriet: Het is een felsisch stollingsgesteente dat tussen de 63% en 68% silica bevat.
Habitus: Het  is de verschijningsvorm of geaardheid van een kristal.
Hydrothermale aders: Het zijn aders in de aardkorst waar onder hoge druk en temperatuur water doorheen komt. Het komt voornamelijk voor in gebieden met vulkanische activiteit.
Kluft: Het is een open gang/ader die (in de context van het boek) kristallisatie bevat die niet als geode is gegroeid, maar bijvoorbeeld door kristalzuren als kristalgang/-ader is gegroeid. Een andere benaming is ook wel "pocket".
Kristallografie: De definitie van de kristalstructuren. Het is de bepaling hoe een kristal is gegroeid.
Macrokristallijn: Kristalgroei die met het blote oog te zien is.
Matrix: Het is het gesteente waar zich kristallisatie op of in bevindt. (Te zien op afbeelding)
Micromounts: Het zijn gesteenten die kleiner zijn, of klein gemaakt worden, tot stukken van 2x2 cm of 3x2,5 cm die vervolgens in een passend doosje worden gemonteerd. De mineralen op dit gesteente zijn normaliter kleiner dan 1 mm.
Opaciteit: Het is de maatstaf voor de hoeveelheid licht dat een object doorlaat.
Pseudomorf: Het is de naam voor een kristal of gesteente dat een andere mineraalsamenstelling heeft, dan op grond van de vorm, structuur en/of textuur verwacht mag worden.
Romboëder (kristal): Het is een veelvlakkig kristal, waarvan alle vlakken (ongelijke) ruiten zijn.
Scalenoëder (kristal): Het is een veelvlakkig kristal, waarvan alle vlakken (ongelijke) driehoeken zijn.
Scepter (kristal): Een scepterkristal heeft een puntvormig en breed bovenstuk wat op een dunner staafje staat. Het is ook wel een soort dubbeleinder waarvan één zijde is doorgegroeid tot staaf. (Te zien op afbeelding)
Stollingsgesteente: Het is het gesteente wat boven de aardoppervlak is gevormd (lava) of onder de aardoppervlak is gevormd (magma).
Uitvloeiinggesteente: Ook wel extrusief gesteente genoemd, is een stollingsgesteente wat aan het aardoppervlak is gevormd.
Uv-licht: Ook wel ultraviolet licht genoemd, is een elektromagnetische straling dat net  buiten het menselijk waarneembare gedeelte ligt.
Variëteiten: Ander woord voor diversiteit, afwijking, variatie/variant of verscheidenheid.